Nieuws

11 september 2018

Maandbericht (18): Plezier in bewegen

Wie op jonge leeftijd plezier ervaart in sporten en bewegen, ontwikkelt dikwijls een actieve leefstijl op latere leeftijd. Er zijn bovendien aanwijzingen dat bewegen een positieve invloed heeft op onderwijsprestaties.

Maandbericht (18): Plezier in bewegen
Binnen SCPO Lelystad onderkennen we dan ook het belang van goed bewegingsonderwijs via vakleerkrachten gym. Bewegingsonderwijs is echter niet de enige manier waarop scholen aandacht besteden aan bewegen en gezondheid. En de school is niet het enige platform waar kinderen sporten en bewegen.

 

Bijna de helft van de kinderen beweegt te weinig. Kinderen zitten urenlang per dag, spelen weinig buiten en fietsen steeds minder naar school. Dat is een gemiste kans: wie op jonge leeftijd plezier ervaart in sporten en bewegen, ontwikkelt dikwijls een actieve leefstijl op latere leeftijd.

De gevolgen van bewegingsarmoede zijn merkbaar. Daarom verdient bewegen ook aandacht op scholen. Deze hebben nog te vaak vooral aandacht voor de kwalificerende functie van bewegen, dat wil zeggen: het aanleren van (een beperkt aantal) motorische vaardigheden. Het toezicht door de Inspectie versterkt deze te beperkte focus op gymnastiek. De kerndoelen voor sport en bewegen zijn vakgericht in plaats van vakoverstijgend, zoals bij veel andere leergebieden inmiddels wel het geval is.

 

De Nederlandse Sportraad, de Onderwijsraad en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) concluderen in hun kersverse adviesrapport ‘Plezier in bewegen’ dat het nodig is om meer aandacht te geven aan sport en bewegen op school. Niet alleen vanwege de gezondheid. Sport en bewegen kunnen veel breder worden ingezet voor het onderwijs zelf. Sport en beweging horen een vanzelfsprekend en integraal onderdeel te zijn van het onderwijs dat er op gericht is leerlingen te kwalificeren (voorbereiden op werk of een vervolgopleiding), te socialiseren (leren omgaan met elkaar) en te vormen (persoonsvorming). Kinderen leren tijdens sport- en spelactiviteiten naast motorische vaardigheden ook gedragsnormen aan, leren samenwerken in een groep, krijgen meer zelfvertrouwen, leren hun leeftijdgenoten respecteren en ontwikkelen verantwoordelijkheid voor en controle op het eigen handelen. Binnen SCPO Lelystad onderschrijven we deze brede benadering van harte!  

 

Lichamelijke beweging stimuleert ook de cognitieve functies. Voor de drie raden is dit een belangrijk argument om meer aandacht te geven aan sporten en bewegen in het onderwijs. Beweging brengt acute en structurele veranderingen tot stand in de hersenstructuur, die een positief effect hebben op aandacht, concentratie en executieve cognitieve functies zoals planning en besluitvorming. Er zijn aanwijzingen dat bewegen een positieve invloed heeft op onderwijsprestaties. Bewegend leren in de klas is dan ook in opmars. Tenslotte spelen scholen een belangrijke rol in het aanleren van een actieve leefstijl.

Het plezier in sporten en bewegen achten de raden essentieel; het is een van de belangrijkste succesfactoren voor ‘een leven lang bewegen’. Dit sluit aan op de benadering binnen SCPO Lelystad, bijvoorbeeld omdat we op al onze scholen werken met vakleerkrachten en participeren in het project Lelystad Kenniscentrum Talent (LKT).

 

Een kanttekening wil ik echter ook maken. Bewegingsonderwijs is niet de enige manier waarop scholen aandacht besteden aan bewegen en gezondheid. Scholen kunnen dit integreren in andere vakken, kunnen werken met het programma Gezonde School en kunnen hun schoolpleinen zo inrichten dat bewegen aantrekkelijk wordt. Daarvoor is ook de samenwerking met de Gemeente Lelystad en sportorganisaties belangrijk.

Beweging buiten de school moet meer gestimuleerd worden. De school kan het niet alleen en heeft bovendien maar voor een deel invloed op de bewegingsvaardigheid van leerlingen.

 

 

Willem de Jager                                                                         september 2018

College van Bestuur SCPO Lelystad